|
Er was eens een meisje met een zonnetje in haar hart.
Ze huppelde door het leven en vond alles even mooi.
Waar ze kwam werd het een beetje lichter.
Toen het meisje groter werd, zag ze dat heel veel mensen wolken voor hun zon
hadden.
Sommige hadden kleine witte schapenwolken, maar anderen grote zwarte
donderwolken of grijze mist.
Het meisje kreeg medelijden met al die mensen en wilde ze helpen.
Vanaf die dag probeerde ze de wolken van alle mensen op te ruimen.
Het meisje merkte niet dat haar eigen zon steeds meer verstopt raakte achter
een dikke stapel wolken.
Ze vergat te huppelen en naar mooie dingen te kijken.
Op een dag zag ze een meisje met heel veel wolken voor haar zon en een
bezorgd gezicht.
Meteen stak ze haar hand uit om dit meisje te helpen, maar ze botste tegen
glas van een spiegel.
Van schrik begon ze te huilen. Was zij dit?
Ze huilde en huilde zodat al haar wolken
wegsmolten.
Haar zonnetje werd weer helder en ze voelde zich blij worden.
Nu huppelt ze en geniet van mooie dingen. Ze ruimt geen
donkere wolken van anderen meer op, maar iedereen die wil, mag een zonnestraaltje meenemen.
|